Opiniestuk: De 1 oktober regel schiet zijn doel voorbij!

Lees hier een opiniestuk, over de zogenaamde “1 oktober regel”​ voor het telen van vanggewassen in de maisteelt, geschreven door Martijn Buijsse i.s.m. MOVO-Zaden. Een nieuwe wet, die zijn doel voorbij schiet en voor de praktijk onlogisch is; lees snel meer & steun dit door te delen en/of te reageren (op Social Media/via mail of in persoon).

Op zand en löss bodems moet na het oogsten van de mais het vanggewas (bv gras) vanaf 2019 vóór 1 oktober ingezaaid worden. In veel gevallen is op 1 oktober de maïs echter nog niet rijp of kan door seizoensinvloeden niet op tijd geoogst worden. Dit betekent dat landbouwers moeten kiezen voor één van de volgende opties:
a) kiezen voor vroege maïs (met een lagere opbrengst) en inzaai van een vanggewas op uiterlijk 30 september;
b) onderzaai in het voorjaar zodat na hakselen het vanggewas overblijft;
c) inzaai van een specifiek gewas met een hoge stikstofopname als hoofdteelt, bijvoorbeeld wintertarwe, in de maand oktober.

Optie a het kiezen voor een vroeg ras geniet niet de voorkeur bij ondernemers, immers een vroeg ras, betekent ook minder opbrengst. Dat is niet de keuze die ondernemers graag maken bij aanvang van het teeltseizoen. Optie c, komt daar in feite ook op neer, omdat op zand de teelt van wintergranen een laag rendement heeft.

In de praktijk lijkt optie b onderzaai, vooral op zandbodems, de logische keuze. Echter de kans van slagen van deze onderzaai is, afhankelijk van het seizoen en ondergrond, beperkt en mislukt in de praktijk vaak. Een ander nadeel van onderzaai is dat de maisstoppel na de oogst niet vernietigd kan worden. Ziektekiemen (schimmels) blijven in de stoppel leven wat gevolgen heeft voor de volgende aanbouw.

Een vanggewas telen direct ná de maisteelt, zoals nu in de regelgeving staat, is veel bedrijfszekerder en beter voor de opvolgende vrucht. Het percentage van het areaal met een “geslaagd” vanggewas ligt veel hoger dan bij onderzaai. Een vanggewas direct na de maisteelt kan in de praktijk beter doen waar het voor bedoeld is, namelijk nutriënten vasthouden. Het is dus nog maar zeer de vraag of het doel; per saldo minder nitraatuitspoeling uiteindelijk gehaald zal worden.

Conclusie: De 1 oktober regel schiet zijn doel voorbij! Het doel waar deze regel voor bedoeld is, zal op veel plekken in de praktijk niet gehaald worden. Veel telers zullen praktisch kiezen voor de onderzaai optie, maar lopen een groot risico wanneer bij handhaving blijkt dat een deel van de onderzaai is mislukt. Er zal dan via omwegen toch getracht worden binnen de regels te blijven, maar daar is het milieu en de portemonnee van de ondernemer niet bij gebaat.

Door: Martijn Buijsse

De noodzaak voor een zesde actieprogramma nitraatrichtlijn
Uiteraard is het belangrijk om de problematiek en aanleiding voor het zesde actieprogramma nitraatrichtlijn, waar de 1 oktober regel onderdeel van is, te erkennen. Het nitraatgehalte in grondwater en zoet oppervlaktewater is vooral op zand en löss bodems te hoog. Omdat we in Nederland ervoor gekozen hebben om het gehele grondgebied als kwetsbaar te beschouwen is er een extensief pakket van maatregelen voor heel Nederland beschreven die dienen te leiden tot een algeheel acceptabel niveau van minder dan 50mg nitraat per liter water. Dit niveau is onderdeel van de Europese nitraatrichtlijn uit 1991.

Meer oog voor een gezonde bodem? Óf een race to the bottom? 
De 1 oktober regel schiet zijn doel voorbij, maar wat is dan het alternatief? Naast dat mais gevoelig is voor nitraatuitspoeling is ook de afbraak van organische stof in de bodem een belangrijk gevolg van de maisteelt. Afhankelijk van de bodem gaat dit sneller of minder snel. Door de lagere mestgiften van tegenwoordig is het niet vanzelfsprekend dat het jaarlijkse verlies aan organische stof via drijfmest en gewasresten wordt aangevuld. Het bodembeheer is tegenwoordig complex. Voorlichters en landbouwers moeten alle zeilen bijzetten om het organische stof gehalte op niveau te houden, rekening houdend met een rendabele bedrijfsvoering. Beperkende fosfaatwetgeving zorgt ervoor dat onvoldoende organische stof aangevoerd kan worden. Organische stof gehalten in de bodem dalen en daarbij de weerbaarheid tegen nitraatuitspoeling. Er dreigt een vicieuze cirkel van steeds striktere maatregelen tegen nitraatuitspoeling. De bodem zelf wordt ook steeds gevoeliger voor uitspoeling, omdat ze steeds minder organische stof bevat. Een ander belangrijk gevolg van een lager organische stofgehalte is dat de bodem minder capaciteit heeft om water vast te houden en dus gevoeliger wordt voor droogte. Het op peil houden van het organische stof gehalte is dus van groot belang!

Een belangrijk uitgangspunt bij het zoeken naar alternatieve oplossingsrichtingen voor het beperken van de nitraatuitspoeling is dat landbouwers mais nodig hebben voor een gebalanceerd en energierijk rantsoen van het vee. Maisteelt is naast de teelt van gras als ruwvoer belangrijk voor een circulaire en grondgebonden veehouderij.

Het is beter om binnen het zesde nitraat programma niet alleen te sturen op maatregelen die direct de stikstofuitspoeling beperken, maar om de aanpak van landbouwers voor de aanvoer – of behoud van organische stof zwaarder mee te tellen. Dit kan door strikt toe te zien op de (kwaliteit van) een uitgebreide vruchtwisseling, het gebruik van groenbemesters en het gebruik van bemestingsplannen van de landbouwers. Om bijvoorbeeld daadwerkelijk tot een betere bodemgezondheid te komen dient de overheid meer flexibiliteit bij de bemesting toe te staan. Door het tijdelijk toestaan van meer flexibiliteit kan op de lange termijn de daling van organische stof gehalte omgezet worden naar een stijging van het organische stof gehalte. Alleen op deze wijze wordt gewerkt aan het weerbaarder maken van de bodem voor nitraatuitspoeling en daarmee ook aan de mogelijkheid om te voldoen aan de eisen uit de nitraatrichtlijn. Met de huidige regels is het een race to the bottom!

Voorbeeld: bodempaspoort
Een voorbeeld van het toepassen van een alternatieve oplossing is het gebruik van een bodempaspoort, zoals nu op kleine schaal wordt gedaan in de provincie Brabant. Dit leidt ertoe dat grondeigenaren bewuster omgaan met bodems. Een bodempaspoort maakt inzichtelijk welke bodems meer risico’s hebben voor nitraatuitspoeling en dus striktere maatregelen nodig hebben. Met een dergelijk systeem kan gericht en vanuit een risico’s gestuurd worden op bijvoorbeeld verlaging van nitraatuitspoeling naar het grondwater.

Dit opiniestuk is mede mogelijk gemaakt met de hulp van MOVO-Zaden. MOVO-Zaden is een internationale speler bij de import en distributie van maiszaden. 

Bronnen:
EU bezorgd over terugloop organische stof in bodem

Zesde actieprogramma betreffende de nitraatrichtlijn

Bodempaspoort

Originele tekst: http://www.farmup.nl/2018/12/14/de-1-oktober-regel-schiet-zijn-doel-voorbij/

  • Opiniestuk: De 1 oktober regel schiet zijn doel voorbij!

    Lees hier een opiniestuk, over de zogenaamde “1 oktober regel”​ voor het telen van vanggewassen in de maisteelt, geschreven door…

  • CATALOGUS 2019

    Onze nieuwe catalogus voor 2019 is beschikbaar. Klik hier voor de catalogus.

  • Happy Plant +, de verbeterde Happy Plant!

    Happy Plant is verbeterd! Waar Happy Plant vorig seizoen nog ‘gewoon’ een meststofcoating was, hebben we er nu een biostimulant…